Theorie
Differentieerregels
Bij differentiëren reken je uit hoe steil een functie loopt. Welke regel je gebruikt, hangt af van hoe de functie eruitziet. Hieronder staan de vijf differentieerregels voor wiskunde B, elk met een eigen uitlegpagina.
De vijf regels
- Somregel oefenen
Voor een functie die uit losse termen bestaat: differentieer elke term apart.
- Machtsregel oefenen
Voor één macht van x: de macht komt naar voren en wordt daarna één lager.
- Productregel oefenen
Voor twee functies die met elkaar vermenigvuldigd zijn.
- Quotiëntregel oefenen
Voor een breuk met een functie boven én onder de streep.
- Kettingregel oefenen
Voor een functie binnen een functie: eerst de buitenste, dan de binnenste.
Welke regel gebruik je?
Bestaat de functie uit losse termen achter elkaar, dan gebruik je de somregel: je differentieert elke term apart. Is één term een macht van x, dan is dat de machtsregel. Staan er twee functies vermenigvuldigd, dan is het de productregel; staat er een breuk met een functie boven én onder de streep, dan de quotiëntregel. Zit er een functie binnen een functie, dan gebruik je de kettingregel.