Wiskunde met Aaf
Uitlegvideo'sInloggenRegistreren
PrivacyverklaringOok primitiveren en integreren oefenen? → integraaloefenen.nl
PrivacyverklaringOok primitiveren en integreren oefenen? → integraaloefenen.nl

Theorie

Productregel oefenen

Je gebruikt de productregel als twee functies met elkaar vermenigvuldigd worden. Je differentieert ze om de beurt en telt die twee uitkomsten op.

fff is de functie die je differentieert. ggg is de eerste factor, hhh de tweede.

f(x)=g(x)⋅h(x)\displaystyle f(x) = g(x) \cdot h(x)f(x)=g(x)⋅h(x)f′(x)=g′(x)⋅h(x)+g(x)⋅h′(x)\displaystyle f'(x) = g'(x) \cdot h(x) + g(x) \cdot h'(x)f′(x)=g′(x)⋅h(x)+g(x)⋅h′(x)

Stappenplan

  1. 0Kijk of twee functies met elkaar vermenigvuldigd worden. Staan er twee delen met xxx naast elkaar, zonder plus of min ertussen? Dan is het de productregel.
  2. 1Noem de hele functie fff, de eerste factor ggg en de tweede factor hhh. Schrijf f(x)=g(x)⋅h(x)f(x) = g(x) \cdot h(x)f(x)=g(x)⋅h(x).
  3. 2Bereken g′(x)g'(x)g′(x) en h′(x)h'(x)h′(x). Elke factor apart, met de machtsregel of de somregel.
  4. 3Tel de twee producten op: f′(x)=g′(x)⋅h(x)+g(x)⋅h′(x)f'(x) = g'(x) \cdot h(x) + g(x) \cdot h'(x)f′(x)=g′(x)⋅h(x)+g(x)⋅h′(x). Werk dat uit tot een net antwoord.

Drie voorbeelden

  • f(x)=(3x+2)(x−4)\displaystyle f(x) = (3x+2)(x-4)f(x)=(3x+2)(x−4)

    1. Stap 0. Er staan twee factoren naast elkaar: 3x+23x+23x+2 en x−4x-4x−4. Dat is de productregel.
    2. Stap 1. g(x)=3x+2g(x) = 3x+2g(x)=3x+2 en h(x)=x−4h(x) = x-4h(x)=x−4.
    3. Stap 2. g′(x)=3g'(x) = 3g′(x)=3 en h′(x)=1h'(x) = 1h′(x)=1.
    4. Stap 3. f′(x)=3(x−4)+(3x+2)⋅1=3x−12+3x+2=6x−10f'(x) = 3(x-4) + (3x+2) \cdot 1 = 3x-12+3x+2 = 6x-10f′(x)=3(x−4)+(3x+2)⋅1=3x−12+3x+2=6x−10.

    Antwoord: f′(x)=6x−10\displaystyle f'(x) = 6x-10f′(x)=6x−10

  • f(x)=(x2+3)(2x−1)\displaystyle f(x) = (x^2+3)(2x-1)f(x)=(x2+3)(2x−1)

    1. Stap 0. Er staan twee factoren naast elkaar: x2+3x^2+3x2+3 en 2x−12x-12x−1. Dat is de productregel.
    2. Stap 1. g(x)=x2+3g(x) = x^2+3g(x)=x2+3 en h(x)=2x−1h(x) = 2x-1h(x)=2x−1.
    3. Stap 2. g′(x)=2xg'(x) = 2xg′(x)=2x en h′(x)=2h'(x) = 2h′(x)=2.
    4. Stap 3. f′(x)=2x(2x−1)+(x2+3)⋅2=4x2−2x+2x2+6=6x2−2x+6f'(x) = 2x(2x-1) + (x^2+3) \cdot 2 = 4x^2-2x+2x^2+6 = 6x^2-2x+6f′(x)=2x(2x−1)+(x2+3)⋅2=4x2−2x+2x2+6=6x2−2x+6.

    Antwoord: f′(x)=6x2−2x+6\displaystyle f'(x) = 6x^2-2x+6f′(x)=6x2−2x+6

  • f(x)=(x−1)(x2+x+1)\displaystyle f(x) = (x-1)(x^2+x+1)f(x)=(x−1)(x2+x+1)

    1. Stap 0. Er staan twee factoren naast elkaar: x−1x-1x−1 en x2+x+1x^2+x+1x2+x+1. Dat is de productregel.
    2. Stap 1. g(x)=x−1g(x) = x-1g(x)=x−1 en h(x)=x2+x+1h(x) = x^2+x+1h(x)=x2+x+1.
    3. Stap 2. g′(x)=1g'(x) = 1g′(x)=1 en h′(x)=2x+1h'(x) = 2x+1h′(x)=2x+1.
    4. Stap 3. f′(x)=(x2+x+1)+(x−1)(2x+1)f'(x) = (x^2+x+1) + (x-1)(2x+1)f′(x)=(x2+x+1)+(x−1)(2x+1). Eerst (x−1)(2x+1)=2x2−x−1(x-1)(2x+1) = 2x^2-x-1(x−1)(2x+1)=2x2−x−1. Dan x2+x+1+2x2−x−1=3x2x^2+x+1+2x^2-x-1 = 3x^2x2+x+1+2x2−x−1=3x2.

    Antwoord: f′(x)=3x2\displaystyle f'(x) = 3x^2f′(x)=3x2

Oefen dit onderwerp
Zelf oefenenBekijk de video: Somregel of productregel?Alle differentieerregels